Sommige vrouwen voelen tegen het einde van de zwangerschap hun baby minder bewegen. Dat kan leiden tot zorgen. Vaak zijn die zorgen niet nodig, maar soms kan minder bewegen wijzen op zuurstofgebrek bij de baby. Een extra echometing kan aangeven of de bevalling ingeleid moet worden, of dat een natuurlijke bevalling nog steeds mogelijk is.
De echometing, ook wel Cerebro Placentaire Ratio (CPR) genoemd, kijkt naar de weerstand in de bloedvaten van de navelstreng en het hoofd van de baby. Dit geeft inzicht in de werking van de placenta. Als de waarden normaal zijn, is een natuurlijke bevalling veiliger. Zijn de waarden afwijkend, dan kan beter ingeleid worden.
Nu wordt alleen gekeken naar de hartslag, de groei en de hoeveelheid vruchtwater. De echometing geeft daarop belangrijke extra informatie. Om te kijken of de meting nuttig is, werd onder leiding van Sanne Gordijn van het Universitair Medisch Centrum Groningen en Wessel Ganzevoort van het Amsterdam UMC internationaal onderzoek gedaan onder 1684 vrouwen. Uit het onderzoek bleek dat minder zwangerschapscomplicaties optraden bij vrouwen bij wie de CPR-meting naast de standaardzorg werd uitgevoerd in vergelijking met vrouwen die alleen de standaardzorg kregen. De meting hielp onder meer een onnodige inleiding te voorkomen en juist in te grijpen als dat nodig bleek. Er wordt momenteel gewerkt aan een update van de richtlijn rond een minder bewegende baby. De onderzoeksresultaten worden hierin meegenomen
Bron: UMCG | Beeld: Pexels